De Polen Overspoelen Ons Land
‘De Polen overspoelen ons land’ lees ik in de Telegraaf. ‘Ze zetten de deur alleen maar wagenwijd open’, ‘Er is een Poolse invasie’. ‘Ons land’ herhaal ik stilletjes in gedachten. ‘Ze, de Polen, wagenwijd open, overspoelen, invasie’. Flinke taal. Een bezorgdheid ontstaat al snel na het lezen van het stuk, er-run-stig-ge zorgen, zorgen. Ik maak een simpelen rekensom, Nederland is een klein land waar maar liefst 16,3 miljoen mensen wonen in de relatieve welvaart van een Bruto Nationaal Produkt van 26.292 Euro. Polen is daarentegen een groot land met 38,5 miljoen inwoners die in grote armoede leven met een Bruto Nationaal Produkt van 5.409 Euro. Tel uit je winst en die winst stroomt aldus de wet van de communicerende vaten, x Polen van a naar b met een druk die relatief is aan de inkomensverhoudingen. Volgens het Ministerie van Sociale Zaken werken er momenteel 100.000 Polen in Nederland. Werken weliswaar, belasting betalers. 0,1 Op 16,3, dat is 0,61 procent.
New York telde bij de laatste census 8,2 miljoen inwoners, de helft van het aantal inwoners van de stadsprovincie Nederland, waarvan 213,447 van Poolse herkomst, oftewel 2,6 procent, relatief meer dan 4 keer zoveel Polen in New York als in Nederland. In heel Amerika wonen trouwens 10 miljoen etnische Polen op een bevolking van 300 miljoen, dat wil zeggen 3,3 procent, waarvan de grootste concentratie in Chicagoland in Chicago, Illinois woont. Toeval wil dat ik in Greenpoint, Brooklyn woon. De wijk staat bekend als ‘Little Poland’. Het is alles wat je van een ethnisch ghetto kunt verwachten, er wordt in de eerste plaats geen Engels maar Pools gesproken, er woont een vrijwel homogene bevolking van Polen, met eigen Poolse produkten en Poolse winkeltjes, het ‘Polish National Home’, de stille Poolse alcoholist die in een deurportiek slaapt, en natuurlijk met een katholieke kerk die elke dag bomvol zit, terwijl op de meeste zon- en feestdagen de trouwe gelovigen de straat op het herbenoemde Paus Johannes Paulus plein vullen. Het enige verschil, ik sta er nooit zoveel bij stil dat er zoveel Polen zijn eigenlijk. Continue reading
Gelukkig, ‘the Season of Holidays’ zit er weer op. Voor mij persoonlijk is het einde van de feestdagen het meest plezierige aspect. Ik heb een instinctieve weerzin tegen religieuze gebruiken, hoe fijnzinnig of gecultiveerd die ook vorm gegeven of hoezeer die ook verbasterd zijn tot seculiere volksgebruiken. Ik kan de feestdagen maar moeilijk onderscheiden van of anders zien dan de primitieve, heidense gebruiken van inheemse stammen om geintoxiceerd op tromgedrum rond een totem te dansen. Er hangt bij elk volk de geur van een hoogontwikkelde beschaving rond haar gebruiken, maar die geur verstikt mijn luchtwegen.
Het toeval wil dat ik niet de eerste in de familie ben die naar Amerika emigreerde. Maar lange tijd dacht ik van wel, totdat tijdens een recente familiedag een achterneef uit de hoge hoed kwam die in 1964 naar Amerika was vertrokken. Het toeval wil ook dat ik sinds een week weer eens ruimschoots de tijd heb om te doen wat ik wil. En dus, onder het Amerikaanse motto ‘Easy to hire, Easy to fire,’ en met de verdiensten van mijn ‘Unemployment Benefits’ van $405 per week, nam ik de gelegenheid waar om de vroegere pionier uit de familie tak van vader’s kant te bezoeken in Bethlehem, PA.
Vreemdelingen wekken in de mens een oneigenlijk gevoel op, waar ook ter wereld, en door alle tijden in de geschiedenis. Immigranten zijn de fysieke vertegenwoordiging van een psychologisch neiging van de menselijke ratio tot herhaling, tot het eigenmaken van zichzelf. Daarom is de immigrant niet welkom, omdat deze de ontkenning van de menselijke Id is, het onderbewustzijn dat niet tot de Ego, het bewuste Zelf, behoort. Albert Camus bracht het niet onverdienstelijk aan het licht in zijn novelle L’Etranger, waarin dit gebrek aan inleving in de ander wordt verwoord. De vreemdeling is een eenzame ziel in de woestijn. Een menselijk gebrek niemand vreemd.