Category Archives: columns

Bericht uit Nieuw-Nederland (3)

Labor Day

De eerste maandag in september, viert men in de VS ‘Labor Day’. Sinds 1894 is Labor Day een officiele feestdag en veel Amerikanen gaan dan traditioneel picknicken, de vakbonden houden grote bijeenkomsten en politieke leiders houden toespraken om de gunst van de Amerikaanse arbeider. Maar of het dit jaar ook een feestelijke picknick zal zijn is de vraag. Hoewel de recessie in de VS al ruime tijd voorbij is, groeit het aantal banen nauwelijks. Sinds het begin van de recessie in maart 2001, is het aantal banen zelfs met 2,7 miljoen afgenomen, een record sinds de Grote Depressie.

Tijdens het presidentschap van George W. Bush steeg de werkloosheid van 3,9% tot 6,2%, ofwel 9,2 miljoen. Met name Afro-Amerikanen kennen een hoge werkloosheid van maar liefst 11,1%, terwijl Hispanics te maken hebben met 8,2% werkeloosheid. Volgens het Bureau of Labor Statistics (BLS) is dat bovendien slechts 60% van het totaal aantal van 15,3 miljoen, dat werkzoekend, gedeeltelijk werkzoekend is of die zo ontmoedigd zijn dat ze maar gestopt zijn werk te zoeken. De banencrisis doet zich met name voor in de industrie, terwijl de service sector (IT en administratie) een gestage groei laat zien.

Volgens recente peilingen van Gallup heeft slechts 25% vertrouwen in de economie, terwijl 52% van de ondervraagden niet tevreden zijn met de ‘State of the Country’.

Een vergelijking met de Nederlandse economische cijfers biedt een interessante kijk op het traditionele beeld van Amerika als een flexibele economie met een lage werkeloosheid. In plaats van het standaard werkeloosheidspercentage als procent van de beroepsbevolking, geeft onderstaande tabel verhoudingen weer ten aanzien van de totale bevolking met nominale cijfers als uitgangspunt (vanwege mijn wantrouwen t.a.v. procentuele cijfers). Het blijkt overigens haast onmogelijk om op Eurostat nominale cijfers op te vragen, en evenmin bij het Franse INSEE en in mindere mate bij het Duitse SBD. Continue reading

Bericht uit Nieuw-Nederland (2)

Fortuyn in Amerika

Van oudsher (tenminste in elk geval niet vroeger dan rond 1600) staat Amerika bekend als het land van de ongekende mogelijkheden en dat imago trekt immigranten van over de hele wereld. De Amerikaanse droom: van krantejongen tot miljonair, vind je hier op de hoek van elke straat. Vaak werd Amerika dan ook als het beloofde land gezien, geinspireerd door religieuze of koloniale motieven. De eerste dichter van New York Jacob Steendam publiceerde onder andere een pamflet-achtig ‘Lof van Nuw-Nederland’ in 1661, waarin de overdaad en rijkdom bezongen wordt. Dat beeld van Amerika bestaat nog steeds. In 2001 waren er 2,1 miljoen Amerikanen met een financieel vermogen (exclusief vastgoed) van boven de 1 miljoen dollar op de 7.1 miljoen wereldwijd.

Maar de Amerikaanse droom is ook mythe, zo is volgens de Gini-index de inkomenskloof sinds 1967 alleen maar toegenomen, het aantal nieuwe miljonairs onder miljonairs percentueel afgenomen, en is het gemiddelde inkomen van Afros en Hispanics, meer dan $10.000 lager per huishouden dan dat van de blanke bevolking. Volgens de Human Poverty Index (HPI) van de Verenigde Naties staan de VS slechts op een 7e plaats, achter Nederland en Belgie, terwijl volgens het US Census Bureau 32,9 miljoen Amerikanen in 2001 onder de armoedegrens leefden.

Elke Amerikaan zal met folkloristische trots zijn persoonlijke Aeneis-genealogie vertellen, van de Sefardim, de Duitse ‘Dorf-juden’ en Russische ‘Ostjuden’, de Askenazim, Zuid-Italianen, Ieren, Polen, of Mexicanen, Puerto-Ricanen, Koreanen, Chinezen tot de Indieërs. In 2001 werden 1.065.000 immigranten legaal toegelaten tot de VS. Maar op een bevolking van 281,5 miljoen is dat slechts 0.38%, vergeleken met Nederland, dat 133.500 immigranten telde in 2001 op een bevolking van 16.1 miljoen, oftwel 0.83%. Aan de andere kant, is vrijwel elke Amerikaan natuurlijk een ‘allochtoon’ en terwijl Europa angstig worstelt met haar imago als immigratie-continent, is dat imago in de VS deel van de politieke en morele massacultuur. Er bestaat een zekere heroïek rondom de immigrant, de immigrant is hier een Odysseus op zoek naar een betere toekomst voor zijn kinderen. In europa echter is hij een parasiet die de welvaartstaat komt uithollen. Continue reading

Bericht uit Nieuw-Nederland (1)

Goudkust

Slecht nieuws moet je altijd zonder ommega en direct vertellen. Hier komt ie dus: de echte Goudkust is geen serie over hockey meiden op een kneuterige Hollandse tv zender, maar is een kustgebied langs de Long Island Sound, de zeestrook tussen Long Island en Connecticut in de VS. Diepe zucht…

Sinds de aanleg van de spoorlijnen in de VS (vanaf 1826) streken rijke New Yorkers neer aan de kust tussen New York en New Haven (waar Amerikanen geloven dat naast rubber en de cotton-gin (dat apparaat dat de katoenplantages en dus de slavernij mogelijk maakte), de pizza is uitgevonden). Vanaf toen werd New York alleen nog maar onleefbaarder en de rijken er alleen nog maar rijker. Dit gebied is ook voor de meeste NY-ers onbetaalbaar, en je vind je er rustieke landhuizen in de voor New England zo typerende en zogenaamde koloniale stijl. De muren zijn gebouwd met elkaar overlappende (doorgaans plastic) planken rondom een centrale stenen schoorsteen, de ramen zijn voorzien van luiken en de deur van een tempelachtige portaal met kolommen. Hier is het gezinsleven nog omringd met iets heiligs, vind je nog prive strandjes waar je als beetje beschaafd mens niet zonder kunt, een aanleg steiger in de achtertuin voor je jacht en voor wie dat niet betalen kan zijn er tientallen publieke jachthaventjes. Dit is hét Sub-Urbia van New York City (misschien is er enige concurrentie van het niemandsland in New Jersey) waar de nazaten van Joodse en Italiaanse mafia hun verzadigde, nu legitieme leventjes leiden, voor zover je het jaren 90 kapitalisme legitiem kunt noemen.

In de ochtendspits forenzen de directeuren, advocaten, consultants, speculanten en accountants naar downtown Manhattan of Stamford, ‘de stad die werkt’, het witte boorden Rotterdam, in de schaduw van de grote appel. Sinds Guilliani is NY dan wel de stad zonder ‘vice’, goedkoper wordt een stad daar niet van, ook voor multinationals niet. Stamford is dan ook vooral bekend vanwege die internationals en bedrijfsdivisies die er naar uitweken en hun hoofdkantoor hebben gevestigd op 40 minuten treinen van Grand Central. Om enkele bedrijven te noemen die er hun zetel hebben: Xerox, Pitney Bowes, GE Capital Services, Van Ommeren USA, Guinness America, Titan Sports (bekend van de World Wrestling Federation hoewel dat volgens mij alleen in de VS bestaat), USB Warburg en de Gartner Group. Kantoorflats torenen boven het centrum uit en de voormalige snelweg US1 of Route 1, snijdt dwars door het hart van de stad. Continue reading